Psycho-educatie deel 3: hou je je kiezen op elkaar of vertel je het?

Psycho-educatie deel 3: hou je je kiezen op elkaar of vertel je het?

Heb je de diagnose ASS zelf min of meer verwerkt en weet je wat het ongeveer inhoudt, dan is een volgende vraag of en hoe je het anderen vertelt. Want vertel je aan je familie dat je een autist bent? En stel je je vrienden en misschien zelfs collega’s op de hoogte? De meningen liepen uiteen. De een zweeg het liefst in alle talen en de ander had er volstrekt geen problemen mee het wereldkundig te maken. De meerderheid van de groep koos ervoor om niets te vertellen, omdat ze vermoedden dat het wel eens verkeerd kon uitpakken.

“Mijn andere broer zit in de struisvogelbrigade.”

Het aan familie vertellen is misschien nog het makkelijkst. De meeste familieleden kennen je al wat langer en is het meestal wel opgevallen dat je wat anders bent. Bij deze groep zal het niet snel een verrassing zijn. Maar hier zit een addertje onder het gras. Als jij een autist bent, kun je dat natuurlijk afschuiven onder de noemer ‘toeval’.

Maar als je wat logischer nadenkt, ben je waarschijnlijk niet de enige in de familie. In ieder geval zijn je ouders en eventuele broers en zussen ‘verdacht’. En jij bent niet de enige die op dit idee komt. Het vergt lef om eerlijk naar jezelf te kijken. Veiliger is de kop in het zand steken en het als speling van het lot te zien. Dat gebeurt dan ook veel. En als je die zienswijze hanteert, dan is degene die komt aanzetten met een diagnose soms gewoon een ordinaire ‘aandachttrekker’. Helaas, ik verzin dit niet.

Van je familie moet je het hebben

Mijn ouders zien mij bijvoorbeeld als iemand die vooral een diagnose nodig heeft om aandacht te genereren. Maar dat er wellicht met hen zelf ook iets aan de hand is, dat kan natuurlijk niet. Mijn broer was wel eerlijk en zag meteen wat ik bedoelde, hij was niet verbaasd en heeft inmiddels ook zijn labeltje. Niet zozeer om het labeltje trouwens. Mijn andere broer zit in de struisvogelbrigade. En de rest van de familie? Die vond het zo vreemd allemaal niet en kon eigenlijk direct aanwijzen wie wel en wie niet. De meerderheid dus wel overigens. Ook bij de andere autisten bleek het heel wisselend te zijn hoe hun familie erop reageerde.

“Een vriendin van me noemde autisme zelfs een ziekte.”

Dan zijn er je vrienden en bekenden. Ook hier is het maar afwachten wat de reacties zijn. Ik vertel er bij bekenden ook altijd bij dat ik niet anders ben dan gisteren. De meeste mensen reageren eigenlijk heel positief en zeggen dat het ze niets uitmaakt. In de praktijk heb ik wel gemerkt dat dit maar een frase is en het sommigen wel degelijk uitmaakt.

Er zijn natuurlijk ook altijd mensen die akelig reageren. Een vriendin noemde autisme zelfs ‘een ziekte’ en schaalde het meteen maar in bij ernstige ziektes als kanker. We hebben het hier over een goed opgeleide vrouw, iemand van wie je het niet zou verwachten. Of toch ook weer wel, ze is zelfverklaarde genezen borderliner. Ze doet altijd overdreven vriendelijk en projecteert aan alle kanten ‘haar perfecte leven’. Ergens vind ik haar behoorlijk eng, ik ben op mijn hoede.

Maar ik heb ook autistische trekjes

Maar haar houding is niet heel uitzonderlijk. Er zijn mensen geweest die meteen wisten te melden dat ik dan ook geen gevoel had en ze dus niets met me te maken wilden hebben. Ik vind het alleen maar prettig als die kortzichtige ware aard naar boven komt. Diegene kan ik dan meteen schrappen. Houdt alles behoorlijk overzichtelijk. Een veel gemaakte opmerking is “Oh, maar dan heb je de milde variant”. Of “Ach, ik heb ook wat autistische trekjes”. Dat is een wijdverbreid misverstand.

Autisme kent een heel breed spectrum. In essentie is het voor iedereen nagenoeg hetzelfde, maar variabelen als intelligentie, opvoeding, sekse, cultuur, opleiding en vooral persoonlijkheid variëren zodanig dat er ongelooflijk grote verschillen zijn in zichtbaarheid. Maar de kern blijft gelijk en daarmee vaak ook de problematiek. En dat zijn niet ‘wat autistische trekjes’, was het maar waar. Bij het vaststellen van de mate van autisme wordt vaak eigenlijk vooral gekeken in hoeverre de (directe) omgeving problemen ervaart. Kortom, in hoeverre de autist in kwestie zich heeft weten aan te passen of überhaupt de wil heeft om zich aan te passen. En hoe beter je je lijkt aan te passen, hoe ‘milder’ je autisme. Dat is het idee. En dat idee is ongelooflijk fout.

Een kind kan de was doen.

Een van de dames in de groep, was faliekant tegen ook maar iets vertellen. Ze zei daarbij: “Straks denken ze nog dat ik zo’n kind was dat de hele tijd gebiologeerd voor de wasmachine autistisch zat te zijn”. Euh, ik verslikte me in mijn thee en proestte het uit. Ik was namelijk zo’n kind. Vooral de bonte was, heerlijk. Kan er nog steeds uren naar kijken. Nog leuker is de witte was met een gekleurd stuk wasgoed erbij, rood ofzo. Meestal een eenmalige oefening en een hoop huisgenoten pissig over roze sokken.

“Maar je lijkt me eigenlijk heel normaal.”

De dame was stikverbaasd, keek me met grote ogen aan en zei: “Maar je lijkt me eigenlijk heel normaal”. Ach, het is maar hoe je dingen bekijkt. Maar zo zie je maar, we hebben allemaal onze vooroordelen. Vanaf dat moment voelde ze zich gelukkig wel een stukje zekerder. Ik denk dat ze stiekem ook soms voor de wasmachine zat.

Conflictsituaties op het werk

De verpleegkundige vertelde dat ze op haar werk vaak in conflictsituaties terechtkwam. Voor haar staat de zorg voor patiënten centraal. Dus als ze ziet dat iets beter kan en bovendien in het voordeel van de patiënt is, doet ze er wat aan en houdt ze niet haar mond. Ze zal ongetwijfeld heel direct in haar bewoordingen zijn en weinig diplomatiek. Dat leidt vaak tot conflicten met collega’s die minder contentieus werken, zich aangevallen voelen of niet zitten te wachten op extra werk.

“Als ze het zou vertellen dan zou het ze het risico lopen haar baan kwijt te raken. Je kunt net zo goed zeggen dat je Ebola hebt.”

Voor de verpleegkundige werd de werksituatie bijna onhoudbaar. Maar moest ze het nu vertellen of niet? Als ze het niet zou vertellen zou ze de lastige collega blijven die steeds problemen veroorzaakte en de situatie zou op een gegeven moment uit de hand lopen. Zou ze het wel vertellen dan zou ze het risico lopen haar baan kwijt te raken. Dat zijn ingewikkelde dilemma’s waarbij het enorm zou helpen als er meer begrip was.

Niet anders dan gisteren

Ik kies er, behalve in werksfeer, wel voor om het te vertellen. Ik schaam me helemaal niet voor het feit dat ik een autist ben. Het verbaast ook veel mensen omdat ze het helemaal niet verwachten. Toch vertel ik het zelf vrij snel. Reden? Dan is het maar meteen duidelijk en heb ik een veilige marge voor mijn eventueel afwijkende gedrag. Ik doe mijn best, maar ik weet ook dat ik niet altijd alles doorheb. Op mijn werk houd ik wel mijn mond dicht.

Werk je op een ICT-afdeling dan is autisme eerder de norm dan wat anders. Maar daarbuiten kun je beter niets vertellen. Gespeend van enige kennis en vaak vol vooroordelen, wordt al snel getwijfeld of je wel geschikt bent. Je kunt net zo goed zeggen dat je Ebola hebt. De baan krijg je echt niet, want die kan je toch niet aan. Toch? Terwijl als je niets zegt, iedereen je misschien een beetje vreemd vindt maar vaak wel een goede werknemer, zo niet een van de besten.

Out of the box op de werkvloer

Het gekke is dat autisme op de werkvloer enorm in je voordeel kan werken. Een paar positieve eigenschappen die de meeste bazen wel kunnen waarderen: loyaal, betrouwbaar, uitermate nauwkeurig, zeer gedreven, oog voor detail, geen oeverloos geklets met collega’s, sterk analytisch, weinig uitleg nodig, geen verborgen agenda, eerlijk, altijd out of the box ideeën. Dat laatste komt voornamelijk omdat we geen idee hebben wat ‘in the box’- denken is trouwens. Natuurlijk zijn er wel nadelen, maar die wegen vrijwel nooit op tegen de voordelen. In ieder geval niet op het gebied van werk.

Bijna iedereen in de groep beaamde dat ze op het werk altijd wel snel in de gaten hadden hoe dingen beter gedaan konden worden. En er was een aantal mensen dat dat dan ook meldde. Met alle gevolgen van dien. Ook voelden de werkenden van de groep zich altijd het haasje, omdat ze binnen het bedrijf bekend stonden om hun snelle en uiterst nauwkeurige manier van werken. En er daarom altijd een onevenredig groot beroep op ze gedaan werd. Bekend verhaal. Ik weet dat er her en der bedrijven (=geen filantropische instellingen) zijn die juist autisten werven. Lijkt me meer dan prima om vooral de voordelen te zien.

Beatrijs

By | 2017-11-25T23:12:13+00:00 juni 12th, 2017|Categories: Uncategorized|Reacties uitgeschakeld voor Psycho-educatie deel 3: hou je je kiezen op elkaar of vertel je het?

About the Author: