Gehechtheidsontwikkeling en autisme

Gehechtheidsontwikkeling en autisme 2018-04-23T09:05:26+00:00

Gehechtheidsontwikkeling en autisme

Yvonne Loekemeijer gaat ervan uit dat iemand met autisme dezelfde opeenvolgende stappen van de gehechtheidsontwikkeling doorloopt als iemand die zich gemiddeld ontwikkelt, maar dat dit proces begint met een achterstand en langzamer verloopt. Een baby die zich gemiddeld ontwikkelt, zal zich vlak na de geboorte meestal direct richten op het stemgeluid van de gehechtheidspersoon en wat later op de gehechtheidspersoon zelf. Hij zal zich, met behulp van zijn opvoeders, vanuit zichzelf gaan ontwikkelen en “leeftijdsadequaat” steeds de volgende ontwikkelingsstap van de gehechtheid doorlopen.

Iemand met autisme heeft over het algemeen al bij de geboorte een achterstand in de gehechtheidsontwikkeling. Hij richt zich direct na de geboorte nog alleen op omgevingsgeluiden, voorwerpen, bewegende beelden of natuurkundige verschijnselen en nog niet of nauwelijks op mensenstemmen en mensen. In tegenstelling tot een baby die zich gemiddeld ontwikkelt, richt een baby met autisme zich vaak pas (veel) later op mensenstemmen, mensen en de eerste gehechtheidspersoon.

Ook zal iemand met autisme, door het langzamere verloop van het gehechtheidsproces, zich veel langer in een ontwikkelingsstap bevinden dan gemiddeld. Het verschil met een gemiddelde gehechtheidsontwikkeling wordt steeds groter. De manier waarop sensorische prikkels worden verwerkt, is van grote invloed op het verloop van het gehechtheidsproces.

Bij autisme ontwikkelt de gehechtheid zich niet vanzelf. Actieve Nabijheid is noodzakelijk om stappen te zetten in de gehechtheidsontwikkeling. Zonder actieve nabijheid kan de gehechtheidsontwikkeling al op jonge leeftijd ernstig worden belemmerd of zelfs stil komen te staan. Hierdoor wordt de achterstand nog groter.