Gehechtheid en cognitie

Gehechtheid en cognitie 2018-04-23T09:08:55+00:00

Gehechtheid en cognitie

”Nieuwsgierigheid, bewustwording, voelen en aanvoelen vormen de basis van gehechtheidsontwikkeling. Cognitie staat hier buiten.”

De Loekemeijer theorie en onderzoeksinstrumenten zijn zo ontwikkeld dat iemands cognitie buiten beschouwing wordt gelaten bij het gehechtheidsonderzoek. Gehechtheid en cognitie zijn verschillende ontwikkelingsgebieden. Vergeleken met iemand die zich gemiddeld ontwikkelt, loopt de gehechtheidsontwikkeling bij iemand met autisme vaak (ver) achter op zijn cognitieve ontwikkeling.

Een achterstand in de gehechtheid bij een kind, jongere of volwassene met autisme en een goede cognitie wordt vaak niet herkend door:

  • iemands imitatievermogen: iemand met een goede cognitie heeft het vermogen om gedragingen (veelal onopvallend) van anderen te kopiëren. Hij kan hier na verloop van tijd zeer vaardig in zijn, waardoor de achterstand in de gehechtheid nauwelijks opvalt voor anderen
  • aangeleerde vaardigheden: iemand heeft emotionele en sociale vaardigheden aangeleerd gekregen die (ver) boven zijn ontwikkelingsniveau van de gehechtheid liggen. Ook kan iemand zichzelf “wenselijke” gedragingen aanleren door hier informatie over op te zoeken.

Ondanks zijn imitatievaardigheden en aangeleerde vaardigheden is een kind, jongere of volwassene met autisme zich
nog niet bewust van zijn gekopieerde of aangeleerde gedragingen. Deze gedragingen komen niet vanuit zichzelf, hij:

  • voelt nog steeds geen (emotionele) hechtingsband met iemand anders dan de eerste gehechtheidspersoon; kan de behoeften, emoties en gevoelens van de gehechtheidspersonen nog niet aanvoelen en voelt ook nog niet aan hoe hij zijn gedragingen op hen kan afstemmen
  • kan zijn eigen emoties en gevoelens nog niet duiden, verwoorden en reguleren, en ook niet aanvoelen hoe hij zijn eigen gedragingen kan afstemmen op zichzelf, aan verschillende situaties en bij veranderingen
  • kan zich nog niet inleven in andermans gevoelens, emoties en bedoelingen en voelt nog niet aan hoe hij hier interesse in kan tonen en rekening mee kan houden.

Kortom, een kind, jongere of volwassene met autisme en een goede cognitie kan dagelijkse, emotionele en sociale situaties nog niet aanvoelen en overzien. Als iemand deze situaties nog niet kan aanvoelen, zal hij “overschakelen” naar zijn cognitie. Hij beredeneert dan vanuit zijn cognitie hoe hij zich dient te gedragen en zich staande kan houden. Dit kost veel energie. Met de jaren kan iemand hier zeer vaardig in worden. Dit maakt het lastig te onderscheiden of hij beredeneert vanuit zijn cognitie of vanuit zijn gevoel. Vaak wordt er naar zijn cognitie en leeftijd gekeken i.p.v. naar de gehechtheidsontwikkeling. De kans is groot dat hij (uiteindelijk) vastloopt in dagelijkse, emotionele en sociale situaties en wordt overschat.

Met behulp van de Loekemeijer methode zet iemand stappen op basis van aanvoelen, in tegenstelling tot het aangeleerd krijgen van “trucjes” op cognitief niveau. Alleen dán kan er werkelijk voortgang plaatsvinden in de gehechtheidsontwikkeling.