Gedragingen bij achterstand gehechtheidsontwikkeling

Gedragingen bij achterstand gehechtheidsontwikkeling 2018-04-23T09:11:23+00:00

Gedragingen bij achterstand gehechtheidsontwikkeling

Over het algemeen wordt verwacht dat iemand zich gedraagt op een manier die “hoort” bij zijn leeftijd. Echter, iemand met een achterstand in de gehechtheidsontwikkeling zal gedragingen laten zien die meer vergelijkbaar zijn met de gedragingen van (kleine) kinderen. De kans is groot dat deze gedragingen niet worden begrepen, vooral als het gaat om iemand met een hogere leeftijd en een goede cognitie. Toch horen deze gedragingen bij de ontwikkelingsstap waarin diegene zich bevindt.Voorbeelden hiervan zijn:

  • Vanuit zichzelf niet of nauwelijks buitenshuis tot (sociale) activiteiten, interactie of dagelijkse handelingen komen (met als uitzondering school of werk), of op een minder passende manier hiertoe komen.
  • Steeds de nabijheid van de gehechtheidspersoon opzoeken en bevestiging vragen óf juist helemaal geen nabijheid opzoeken en geen bevestiging vragen.
  • Nog niet aanvoelen dat zijn gedragingen bij de gehechtheidspersoon en andere naasten gevoelens en emoties veroorzaken.
  • De basale gevoelens en emoties van de gehechtheidspersoon en andere naasten nog niet kunnen aanvoelen en hier dan ook nog geen rekening mee kunnen houden.
  • Hechten aan dieren of spullen (verzamelen) i.p.v. aan mensen.
  • Bij overlijden of scheiding weinig of juist hevige rouwgevoelens ervaren.
  • Alleen gesprekken voeren of activiteiten ondernemen die te maken hebben met zijn eigen specifieke interesses en voorkeuren.
  • Een zeer sterke eigen wil hebben en (hevige) weerstand of volharing tonen als iets of iemand hem daarin belemmert.
  • Sterke weerstand, paniek of volharding tonen bij veranderingen en nieuwe situaties;
  • Eigen basale gevoelens en emoties (boos, blij, verdrietig, bang) nog niet kunnen duiden en verwoorden.
  • Dagelijks angst, stress, fysieke klachten, paniek, oververmoeidheid, weerstand en overprikkeling ervaren en deze nog niet zelf kunnen verminderen of reguleren.
  • Onbewust (andermans) grenzen overgaan.
  • Weerstand voelen en/of tonen of zich terugtrekken bij sociale activiteiten of gesprekken met onbekenden (tenzij er sprake is van gezamenlijke interesses).
  • Andermans verwachtingen, bedoelingen en intenties nog niet kunnen inschatten.
  • Nog niet aanvoelen hoe hij de interactie met onbekenden kan aangaan en gaande kan houden.

Van een (ouder) kind, jongere of volwassene met een goede cognitie wordt verwacht dat hij de bovenstaande gedragingen wel of juist niet laat zien. Als hij niet aan deze verwachting voldoet, worden zijn gedragingen gemakkelijk geïnterpreteerd als ongepast, opzettelijk, vreemd of onopgevoed. Toch zijn de gedragingen die hij wel of juist niet laat zien, terug te brengen in de ontwikkelingsstappen van de ontwikkeling van de gehechtheidsrelaties, emotionele ontwikkeling en sociale ontwikkeling (gehechtheidsontwikkeling).

Wanneer zijn gedragingen (onterecht) verkeerd worden geïnterpreteerd en niet worden herkend als een juiste stap in de gehechtheidsontwikkeling, is de kans groot dat hij niet de noodzakelijk actieve nabijheid krijgt. Zonder die actieve nabijheid kan de gehechtheidsontwikkeling bij autisme niet voortgaan.

Met de Loekemeijer methode leert men deze gedragingen te herkennen als juiste stap in de ontwikkeling en hier gericht met de opvoeding of begeleiding op aan te sluiten.