Doe maar normaal, dat is gek genoeg

Anders, zo heb ik me altijd al gevoeld. Maar in een wereld waar het credo ‘iedereen is uniek’ te pas en te onpas gebruikt wordt, zocht ik er nooit wat achter. Het was meer een fact of life, voor mij en mijn omgeving. Het kostte me moeite om zo ‘normaal’ mogelijk te lijken, dat wel. En met wisselend succes.

Al heel vroeg op school viel ik buiten de groep en kwam het pesten. Kinderen blijken feilloos aan te voelen wanneer iemand afwijkt. Maar hoe ouder ik werd, hoe handiger in het verbloemen van wat ik zie als mijn falen om aan te sluiten bij anderen. Steun was er thuis niet en ik zocht het ook niet. Ik stond alleen en dat is altijd zo gebleven.

Aanmodderend het leven door

Natuurlijk liep ik af en toe flink vast en belandde dan, naar gelang de ernst, bij een psycholoog of psychiater. Maar na een paar gesprekken, die eigenlijk nooit iets oplosten, ging het leven gewoon door. Niemand die wat in de gaten had, ik nog het allerminst. Ik modderde maar wat aan, studeerde, werkte, kreeg een relatie en een kind. En toen begonnen de problemen pas echt. Relatieproblemen om precies te zijn.

Volgens mijn partner lag de oorzaak van onze problemen bij mij. Ik geloofde hem, immers waarom niet. Het paste naadloos in mijn wereldbeeld, namelijk dat ik altijd en overal tekortschiet. Dus als iemand tegen me zegt dat het aan mij ligt, ben ik de laatste om dat in twijfel te trekken. Mijn partner had nogal wat klachten over vooral de fysieke kant van onze relatie. Hij vond mij uitermate afstandelijk en niet in staat tot het tonen van genegenheid. Daarom noemde hij me vaak ‘de ijspegel’ of ‘ijskoningin’. Ik kan niet zeggen dat die benamingen nou heel erg hielpen.

“Hij noemde mij ‘de ijspegel’ of ‘ijskoningin’”

Misschien moet je er iemand naast nemen

Jarenlang heb ik heel stoïcijns geprobeerd om het allemaal wel goed te doen en talloze oplossingen gezocht. Maar de waarheid is, dat ik een steeds grotere hekel kreeg aan welk fysiek contact dan ook. Van het idee alleen al kreeg ik het Spaans benauwd. Ik wilde met rust gelaten worden en dat was nou precies wat mijn partner niet deed. Heftig gefrustreerd heb ik uiteindelijk geopperd dat hij misschien er een vriendinnetje naast moest zoeken. Dat had ik beter niet kunnen doen, want dat is precies wat hij deed. En bovendien had ik hem daartoe gedwongen, zei hij.

“‘Fix haar maar’, alsof ik een kapotte auto was.”

Hoe dan ook het bleef mijn schuld. Ik heb inmiddels geen idee meer waarom ik dat accepteerde. Maar toen probeerden we bij vlagen onze relatie nog te redden. En mijn partner had het beste met mij voor, op zijn manier. Zo heeft hij het gepresteerd me bij een psycholoog af te leveren met de opmerking ‘fix haar maar’, alsof ik een kapotte auto was. Gek genoeg was zelfs dat voor mij de normaalste zaak van de wereld.

Hoe de koelkastdeur een idee bevestigde

Bij een laatste reddingspoging kwamen we uiteindelijk terecht bij een relatietherapeute. Gelukkig niet zo’n zweefteef die met klankschalen in de weer gaat, maar een doorgewinterde dame die geen blad voor de mond nam. Bij de derde sessie meldde ze dat ze wel een idee had wat er aan de hand was met ons.

Maar voordat we gingen zitten, waren mijn partner en ik eerst druk bezig haar kapotte koelkastdeur te repareren. Dat vond de relatietherapeute erg grappig en onze manier van doen bevestigde kennelijk haar idee. Ze vertelde ons dat ze in ieder geval bij mij een autisme spectrum stoornis vermoedde. Kortom, ze dacht dat ik waarschijnlijk een autist was.

“Gelukkig niet zo’n zweefteef die met klankschalen in de weer gaat.”

Oké. Echt niet, hoe kom je erbij? De eerste associatie die ik met autisme had, was bepaald niet positief. Ik zag meteen beelden voor me van verstandelijk beperkten die met hun hoofd tegen de muur bonkten en in het gunstigste geval ‘Rain Man’. O ja, en mijn neefje natuurlijk.

Beatrijs

By | 2017-11-25T23:13:27+00:00 april 3rd, 2017|Categories: Uncategorized|Reacties uitgeschakeld voor Doe maar normaal, dat is gek genoeg

About the Author: